terug naar overzicht

De overladingswetgeving in België is een immens kluwen en op heden doen bepaalde controleurs nog een extra duit in het zakje door bovendien nog eens te gaan controleren op een obscure bepaling uit het KB technische eisen, de brugwet genaamd. Bij dergelijke controles komen transporteurs tot de ontstellende vaststelling dat hun sleep plots geen 44 ton meer mag wegen, maar dat het gewicht beperkt is tot zo’n 39 of 40 ton, met alles gevolgen (lees boetes) van dien …

De overladingswetgeving in België is vervat in de volgende wetgevingen:

  • Het KB technische eisen: het KB van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen
  • De nieuwe wegvervoerswet: art. 35§2 van de Wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg
  • De regionale regels op overlading, met als meest gekende voorbeeld het Aslastendecreet, met name het Decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport (dat overigens dus niet enkel over uitzonderlijk vervoer handelt …)

Alsof deze wirwar op zich niet voldoende is, bevat de basiswetgeving , het KB technische eisen, op zich al een hele hoop bepalingen over het gewicht van voertuigen en overlading:

  • De bepalingen van art. 18 van het KB technische eisen die handelen over gewicht van enkelvoudige voertuigen (trekker of oplegger of vrachtwagen) en de gewichten onder de assen.
  • De bepalingen van art. 21 van het KB technische eisen, die handelen over het gewicht van slepen.
  • De bepalingen van art. 32bis technische eisen, die eigenlijk een reeks theoretische maximumgewichten bevatten op basis waarvan een constructeur kan gaan nakijken voor welk gewicht hij in België een voertuig gehomologeerd krijgt.

Op grond van deze laatste bepalingen wordt het gewicht van een sleep dus in principe eerst theoretisch bepaald door art. 32bis (via de invoerder/constructeur en de keuring) om dan op de documenten van de trekker te komen staan, in de vorm van een maximaal sleepbaar gewicht, hetgeen dan meestal 44 ton of 44,5 ton is (dit laatste in geval het voertuig over een remvertrager beschikt).

Als koper van een trekker, gaat men er dan ook van uit dat men in principe steeds tot dit gewicht mag gaan vervoeren (als de oplegger het gewicht aankan uiteraard) …

Wel, niet dus volgens onze steeds overijverige controleurs die in het voornoemde art. 32bis van het KB technische eisen een zeer obscure bepaling hebben gevonden die als volgt luidt:

4.1. Elk voertuig of combinatie van voertuigen moet aan de volgende voorschriften voldoen indien zij erop toepasselijk zijn:

1.4.1.1. De maximale toegelaten massa mag niet hoger zijn dan de massa vastgelegd door de hiernavermelde formules, in dewelke A de afstand is, uitgedrukt in meters, tussen de eerste as en het middenpunt van de achteras of groep achterassen.

M < 12.000 + 4.330 A

voor A < 3 m of M < 25.000 kg.

M < 17.000 + 2.700 A

voor A > 3 m of M > 25.000 kg.

Deze formule, ook wel de brugwet genoemd, heeft als gevolg dat plots het maximaal gewicht van een sleep wordt beperkt door de afstand tussen de eerste as van de trekker en middenas van de oplegger (bij een drie-assige oplegger).

Met andere woorden, door deze fantasie wordt plots het gewicht van een sleep dat volgens de documenten van de trekker bijvoorbeeld 44 ton mag zijn, beperkt tot een veel lager gewicht in zo verre het gaat om een verkorte oplegger !

Stel dat bijvoorbeeld de afstand tussen de eerste as van de trekker en de midden-as van de oplegger 9 meter is, dan is de toegelaten massa van de sleep plots maar 41.3 ton meer. Telkens als de afstand onder de 10 meter ligt, zal de toegelaten massa van de sleep onder de 44 ton komen te liggen.

Voor sommige eigenaars van verkorte opleggers is dit een bijzonder nare vaststelling, nu zij bij elke controle problemen riskeren, waaronder boetes, geblokkeerde vrachtwagens, verplichting tot overladen van vracht enz … Deze vaststelling is des te zuurder omdat de meesten helemaal niet weten dat zij een stuk minder dan 44 ton zouden mogen vervoeren, te meer omdat de verkopers van verkorte opleggers dit dikwijls durven “vergeten” te vermelden bij de aankoop.

De vraag stelt zich echter of de controleurs deze bepaling zo maar onverkort kunnen gaan toepassen. Er zijn immers juridisch gezien wel wat problemen met deze bepalingen:

  • Vooreerst kan men zich de vraag stellen of de brugwet eigenlijk op zich strafrechtelijk beteugelbaar is. Zo meent Koenraad Vanschoren, voormalig wegeninspecteur-controleur, dat dit niet het geval is in een uitvoerig artikel uit 2011. Volgens deze auteur zijn de bepalingen van art. 32bis KB technische eisen simpelweg geen strafbare bepalingen en dus zou men niet kunnen verbaliseren.
  • Daarnaast stelt er zich ook een probleem in zake de toepassing van deze bepaling op buitenlanders. Nazicht van de internationale geldende verdragen en Europese regels leert immers dat de brugwet nergens hierin opgenomen is en dus een zuiver Belgische bedenking is. Aangezien deze internationale regels stellen dat men de toegang van een buitenlands voertuig in België niet kan weigeren in zo verre dit buitenlands voertuig conform de internationale regels is en aangezien deze regels geen brugwet bevatten, komt men tot de constatatie dat de brugwet eigenlijk niet toepasbaar is op buitenlanders, hetgeen je reinste discriminatie is en aanleiding zou moeten geven tot het niet toepassen van deze regels.
  • Ten derde kan men zich de vraag stellen in welke mate een vervoerder en, bij uitbreiding, diens chauffeur moeten gaan weten dat, ondanks de vermelding van een hoger sleepbaar gewicht op de officiële documenten van het voertuig, het eigenlijke gewicht een stuk lager komt te liggen.

Er zijn in het verleden al periodes geweest waarin bepaalde individuele controleurs begonnen moeilijk te doen over de brugwet, doch die daarbij werden teruggefloten. Op vandaag lijken echter meer en meer controleurs toch opnieuw en ondanks bovenstaande bedenkingen de brugwet te gaan toepassen. Hopelijk brengen de Rechtbanken hieromtrent snel uitsluitsel.

In zo verre U hieromtrent vragen zou hebben, kan U contact opnemen met Mtr. Frederik Vanden Bogaerde, advocaat bij transport & logistiek advocaten, en dit via info@tl-a.eu.

Frederik TLA

Frederik

Vanden Bogaerde

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste surfervaring op onze website krijgt. Meer info